Pascale Platel

15/03/2020

MIJN ZUS

Ik hou niet van een halskettingen die hangen.
Geef mij maar een halssnoer dat snoert of een ‘nek-nijper’, zo van die zwarte banden voor rond de nek.
Dat komt omdat mijn hals mijn emotioneel epicentrum is en die emoties moeten wat bijeen gehouden worden.
Als ik vroeger op chirokamp ging, zong ik tien dagen lang zo veel en zo hard mogelijk mee met ‘bikke bikke bik, hap, hap hap!’, met ‘de wereld is een toverbal’ en zelfs ‘knielen, knielen’ moest eraan geloven, want ik moest en ik zou hees zijn als ik naar huis ging.
Dat was voor mij het ultieme bewijs dat het kamp geslaagd was.

Mijn zus ging ook mee op kamp, maar bij haar ging het minder om dat roepen en tieren maar meer om de vriendschap, de normen en de diepe waarden waar de Chiro voor stond.
Ik denk dat ze zelfs nog Chiroleidster geweest is.
En alsof dat nog niet opvoedkundig genoeg was, koos ze als beroep onderwijzeres en bleef dat de rest van haar carrière doen. Lesgeven.

Niet lang geleden was het eindelijk haar laatste schooldag.
Ik was enorm opgelucht want gedurende al de jaren dat ze lesgaf, gebeurde het regelmatig dat mensen, die me op straat hoorden spreken, naar mij toekwamen en riepen: ‘Ik ken die stem van u! Ik ken die stem!’
En ik zei dan: ‘Ja, je kent mij waarschijnlijk van televisie? Of van de radio? Theater… ?’
‘Maar nee, gij dikke nek, u ken ik niet, maar zijdt gij toevallig familie van Brigitte Platel?’
‘Euh, ja, dat is mijn zus..’
En dan begonnen hun ogen te blinken en probeerden ze mij vast te pakken, de viezerikken.
‘Ho, wil je haar alstublieft de groeten doen want ik zat jaren geleden in haar klas en zij was werkelijk de beste, de liefste juf die ik ooit gehad heb! Doen he? Van Suske De Keyzer!’
En ik zei dan: ‘Ok’ en ik ‘vergat’ dat dan door te zeggen aan haar..

En toen was die laatste schooldag eindelijk aangebroken.
Ik was, samen met mijn tante Hilda, Tantilda gelijk we zeggen, gezellig een wafel met slagroom gaan eten in Oostakker-Lourdes.
Dat was om te vieren dat ik vanaf nu niet meer geblameerd zou worden door ex-leerlingen van de beste juf ter wereld.
Ineens werd ik gebeld.
Het was Brigitte. Ze was net thuis en ze was hartverscheurend aan ‘t wenen.
De hele school – van peuter tot kleuter tot jong volwassene – had haar op haar laatste werkdag van ‘s morgens tot ‘s namiddags via teksten, dansjes, liedjes, knuffels en tranen gevierd en overladen met dankbaarheid en pure liefde.
Ze huilde omwille van het overweldigend afscheid, omwille van de liefde, maar ook omdat mama er niet meer was om het allemaal aan te vertellen.
Haar verdriet sloeg als een golf over de slagroom in mijn gezicht, de tranen sprongen in mijn ogen, mijn keel werd dichtgesnoerd en ik kon niet meer spreken.
Ik fluisterde dat ik nu direct naar haar zou komen en vond haar thuis te midden van de vele cadeau’s, bloemen, tekeningen en rode harten.
Een huis vol staande ovaties.

Die emotionele dag ligt nu ondertussen al enkele weken achter ons en ik dacht dat de rust in mijn leven nu stilletjes aan zou wederkeren, maar intussen zijn er alweer zeker tien mensen naar mij toegekomen.
Of ik nu aan de kassa sta, in mijn neus peuter of dringend naar toilet moet, maakt voor hen niet uit, ze willen mij absoluut in geuren en kleuren vertellen over de onnavolgbare juf Brigitte van wie zijzelf, hun kind of ondertussen ook hun kleinkind les hebben gekregen op een manier die ze nooit of te nimmer gaan vergeten.
Dat mag nu stoppen, ok?

Maar ik zal eens rekenen.
Dat waren dus éénenveertig jaar dat mijn zus zeven uur per dag heeft opgetreden.
Wat zeg ik?
Éénenveertig jaar dat mijn zus, iedere dag opnieuw, haar plaats in de harten van die kinderen, hun ouders en van haar collega’s, veroverd heeft.
Zonder iets spectaculairs te doen.
Gewoon door haar eigen, unieke zelf te zijn.
Ewel Chapeau.